Spring naar inhoud

3.7 Toelichting op de balans

3.7.1 Vastgoedbeleggingen

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
1.      Daeb vastgoed in exploitatie 1.803.777 1.569.153
2.      Niet-daeb vastgoed in exploitatie 101.979 85.085
3.      Vastgoed in ontwikkeling voor eigen exploitatie 38.233 4.570
Totaal 1.943.989 1.658.808
Het verloop van de vastgoedbeleggingen is als volgt:
(In duizenden euro's)
2025 1. Daeb vastgoed in exploitatie 2. Niet-daeb vastgoed in exploitatie 3.Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Totaal
Stand per 1 januari 2025        
Aanschaffingswaarde 596.573 34.436 20.421 651.430
Cumulatieve herwaarderingen 972.580 50.649 0 1.023.229
Cumulatieve waardeverminderingen 0 0 -15.851 -15.851
Boekwaarde 1 januari 2025 1.569.153 85.085 4.570 1.658.808
         
Mutaties in het boekjaar        
Investeringen 9.000 183 28.651 37.834
ORT-voorziening -6.902 -142 -52 -7.096
Overige waardeveranderingen -1.861 -33 5.064 3.170
Desinvesteringen -196 0 0 -196
Herclassificatie 180 -180 0 0
Naar vastgoed bestemd voor verkoop -646 0 0 -646
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 235.049 17.066 0 252.115
Totaal van de mutaties 234.624 16.894 33.663 285.181
         
Boekwaarde 31 december 2025 1.803.777 101.979 38.233 1.943.989
         
Stand per 31 december 2025        
Aanschaffingswaarde 596.790 34.300 49.528 680.618
Cumulatieve herwaarderingen 1.206.987 67.679 0 1.274.666
Cumulatieve waardeverminderingen 0 0 -11.295 -11.295
Boekwaarde 31 december 2025 1.803.777 101.979 38.233 1.943.989
(In duizenden euro's)
2024 1. Daeb vastgoed in exploitatie 2. Niet-daeb vastgoed in exploitatie 3.Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie Totaal
Stand per 1 januari 2024        
Aanschaffingswaarde 578.967 34.850 21.197 635.014
Cumulatieve herwaarderingen 917.161 48.485 0 965.646
Cumulatieve waardeverminderingen 0 0 -12.690 -12.690
Boekwaarde 1 januari 2024 1.496.128 83.335 8.507 1.587.970
         
Mutaties in het boekjaar        
Opleveringen 15.404 0 -15.404 0
Investeringen 28.988 258 14.628 43.874
ORT-voorziening -20.249 0 -451 -20.700
Overige waardeveranderingen -6.855 -256 -2.710 -9.821
Desinvesteringen (verkoop) 0 -334 0 -334
Herclassificatie 489 -489 0 0
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 55.248 2.571 0 57.819
Totaal van de mutaties 73.025 1.750 -3.937 70.838
         
Boekwaarde 31 december 2024 1.569.153 85.085 4.570 1.658.808
         
Stand per 31 december 2024        
Aanschaffingswaarde 596.573 34.436 20.421 651.430
Cumulatieve herwaarderingen 972.580 50.649 0 1.023.229
Cumulatieve waardeverminderingen 0 0 -15.851 -15.851
Boekwaarde 31 december 2024 1.569.153 85.085 4.570 1.658.808
De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen Daeb en Niet-Daeb. Deze hebben niet geleid tot een andere waarderingsgrondslag en hebben daarom geen effect op vermogen of resultaat.

01. Daeb en 2. Niet-daeb vastgoed in exploitatie

De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:
(In duizenden euro's)
  2025 2024 Waarderingvariant
Eengezinswoningen 342.549 279.643 basis
Meergezinswoningen (benadering) 1.561 1.509 benadering
Meergezinswoningen 1.388.510 1.219.834 basis
Meergezinswoningen 5.221 5.134 full
Studenteneenheden 77.159 61.421 full
Bedrijfsmatig onroerend goed (benadering) 576 564 benadering
Bedrijfsmatig onroerend goed 12.422 11.907 full
Maatschappelijk onroerend goed 7.014 6.813 full
Zorgvastgoed (intramuraal) 32.799 31.428 full
Zorgvastgoed (extramuraal) 28.945 27.076 full
Parkeergelegenheden 101 101 benadering
Parkeergelegenheden 4.256 4.142 basis
Parkeergelegenheden * 4.643 4.666 full
  1.905.756 1.654.238  
De waarderingvariant 'benadering' betreft de sloopcomplexen op grondwaarde.

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters of schattingen. Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode (DCF)).

De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande macro-economische parameters (input). Ten behoeve van vergelijkingsdoeleinden zijn de macro-economische parameters in de waardering ultimo 2024 eveneens toegelicht:
Parameters woongelegenheden 2025 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 e.v.
Prijsinflatie 3,20% 2,60% 2,20% 2,20% 2,20% 2,00% 2,00%
Loonstijging 4,90% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 4,90% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging gemeente Utrecht 3,40% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
               
Instandhoudingsonderhoud per vhe - doorexploiteerscenario :
Eengezinswoning 1.655-2.594 1.655-2.594 1.655-2.594 1.655-2.594 1.655-2.594 1.655-2.594 1.655-2.594
Meergezinswoning 1.394-2.681 1.394-2.681 1.394-2.681 1.394-2.681 1.394-2.681 1.394-2.681 1.394-2.681
Zelfstandige studenteneenheid 1.396-2.694 1.396-2.694 1.396-2.694 1.396-2.694 1.396-2.694 1.396-2.694 1.396-2.694
Onzelfstandige studenteneenheid 458-2.014 458-2.014 458-2.014 458-2.014 458-2.014 458-2.014 458-2.014
Extramurale zorgeenheid 1.325-2.732 1.325-2.732 1.325-2.732 1.325-2.732 1.325-2.732 1.325-2.732 1.325-2.732
               
Instandhoudingsonderhoud per vhe - uitpondscenario:
Eengezinswoning 1.003-.1382 1.003-.1382 1.003-.1382 1.003-.1382 1.003-.1382 1.003-.1382 1.003-.1382
Meergezinswoning 807-1.557 807-1.557 807-1.557 807-1.557 807-1.557 807-1.557 807-1.557
               
Beheerkosten per vhe - EGW 569 569 569 569 569 569 569
Beheerkosten per vhe - MGW 558 558 558 558 558 558 558
Beheerkosten per vhe - Studenteneenheid 526 526 526 526 526 526 526
Beheerkosten per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 515 515 515 515 515 515 515
Gemeentelijke OZB Utrecht (% van de WOZ) 0,0895% 0,0806% 0,0806% 0,0806% 0,0806% 0,0806% 0,0806%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurindex voor harmonisatie – laag segment   3,63% 3,10% 3,01% 2,94% 2,91% 2,66%
Huurindex voor harmonisatie – midden segment   5,90% 5,20% 4,30% 4,30% 4,30% 3,50%
Huurindex voor harmonisatie – hoog segment   4,20% 3,60% 3,20% 2,20% 2,20% 2,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij door exploiteren 4,00%-50,00% 4,00%-50,00% 4,00%-50,00% 4,00%-50,00% 4,00%-50,00% 4,00%-50,00% 4,00%-50,00%
Mutatiekans bij uitponden 4,00%-21,39% 4,00%-21,39% 4,00%-21,39% 4,00%-21,39% 4,00%-21,39% 4,00%-21,39% 4,00%-21,39%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet: 4,20%-7,77% 4,20%-7,77% 4,20%-7,77% 4,20%-7,77% 4,20%-7,77% 4,20%-7,77% 4,20%-7,77%
Overdrachtskosten 11,40% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00% 9,00%
Voor juridische splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 676 (2024: € 644) per te splitsen eenheid van een verhuureenheid.
Parameters woongelegenheden 2024 2024 2025 2026 2027 2028
Prijsinflatie 3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00%
Loonstijging 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80%
Bouwkostenstijging 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80%
Leegwaardestijging gemeente Utrecht 12,30% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
           
Instandhoudingsonderhoud per vhe - doorexploiteerscenario :
Eengezinswoning 1.532 - 2.327 1.532 - 2.327 1.532 - 2.327 1.532 - 2.327 1.532 - 2.327
Meergezinswoning 1.303 - 2.426 1.303 - 2.426 1.303 - 2.426 1.303 - 2.426 1.303 - 2.426
Zelfstandige studenteneenheid 1.312 - 2.444 1.312 - 2.444 1.312 - 2.444 1.312 - 2.444 1.312 - 2.444
Onzelfstandige studenteneenheid 428 - 1.843 428 - 1.843 428 - 1.843 428 - 1.843 428 - 1.843
Extramurale zorgeenheid 1.243 - 2.481 1.243 - 2.481 1.243 - 2.481 1.243 - 2.481 1.243 - 2.481
           
Instandhoudingsonderhoud per vhe - uitpondscenario:
Eengezinswoning 931 - 1.223 931 - 1.223 931 - 1.223 931 - 1.223 931 - 1.223
Meergezinswoning 755 - 1.405 755 - 1.405 755 - 1.405 755 - 1.405 755 - 1.405
Beheerkosten per vhe - EGW 542 542 542 542 542
Beheerkosten per vhe - MGW 532 532 532 532 532
Beheerkosten per vhe - Studenteneenheid 502 502 502 502 502
Beheerkosten per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 491 491 491 491 491
Gemeentelijke OZB Utrecht (% van de WOZ) 0,08% 0,09% 0,09% 0,09% 0,09%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurindex voor harmonisatie – laag segment   6,60% 3,70% 3,20% 2,50%
Huurindex voor harmonisatie – midden segment   7,60% 4,20% 3,70% 3,00%
Huurindex voor harmonisatie – hoog segment   4,60% 4,20% 3,70% 3,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij door exploiteren 4,0%-50,0% 4,0%-50,0% 4,0%-50,0% 4,0%-50,0% 4,0%-50,0%
Mutatiekans bij uitponden 4,0%-17,0% 4,0%-17,0% 4,0%-17,0% 4,0%-17,0% 4,0%-17,0%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet 4,50%-7,76% 4,50%-7,76% 4,50%-7,76% 4,50%-7,76% 4,50%-7,76%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 9,00% 9,00% 9,00%
Parameters bedrijfsmatig onroerend+B512 goed (BOG) 2025 2025 2026 2027 2028 2029
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 7,69 7,69 7,69 7,69 7,69
Mutatieonderhoud per m2 BVO 12,90 12,90 12,90 12,90 12,90
Beheerkosten % van de markthuur 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,515% 0,514% 0,514% 0,514% 0,514%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters bedrijfsmatig onroerend goed (BOG) 2024 2024 2025 2026 2027 2028 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 7,33 7,33 7,33 7,33 7,33
Mutatieonderhoud per m2 BVO 12,29 12,29 12,29 12,29 12,29
Beheerkosten % van de markthuur 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,4516% 0,5150% 0,5150% 0,5150% 0,5150%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 5,5%-10,00% 5,5%-10,00% 5,5%-10,00% 5,5%-10,00% 5,5%-10,00%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters maatschappelijk onroerend goed (MOG) 2025 2025 2026 2027 2028 2029
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 9,35 9,35 9,35 9,35 9,35
Mutatieonderhoud per m2 BVO 15,62 15,62 15,62 15,62 15,62
Beheerkosten % van de markthuur 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,515% 0,514% 0,514% 0,514% 0,514%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75% 4,75%-8,75%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters maatschappelijk onroerend goed (MOG) 2024 2024 2025 2026 2027 2028 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 8,91 8,91 8,91 8,91 8,91
Mutatieonderhoud per m2 BVO 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89
Beheerkosten % van de markthuur 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,4516% 0,5150% 0,5150% 0,5150% 0,5150%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 5,5%-10,0% 5,5%-10,0% 5,5%-10,0% 5,5%-10,0% 5,5%-10,0%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters intramuraal zorgvastgoed 2025 2025 2026 2027 2028 2029
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 12,42 12,42 12,42 12,42 12,42
Mutatieonderhoud per m2 BVO 15,62 15,62 15,62 15,62 15,62
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,515% 0,514% 0,514% 0,514% 0,514%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet 4,75%-7,00% 4,75%-7,00% 4,75%-7,00% 4,75%-7,00% 4,75%-7,00%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters intramuraal zorgvastgoed 2024 2024 2025 2026 2027 2028 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 11,84 11,84 11,84 11,84 11,84
Mutatieonderhoud per m2 BVO 14,89 14,89 14,89 14,89 14,89
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,4516% 0,5150% 0,5150% 0,5150% 0,5150%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet 5,25%-7,25% 5,25%-7,25% 5,25%-7,25% 5,25%-7,25% 5,25%-7,25%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters parkeerplaatsen 2025 2025 2026 2027 2028 2029
Instandhoudingsonderhoud – parkeerplaats 71 71 71 71 71
Instandhoudingsonderhoud – garagebox 239 239 239 239 239
Beheerkosten - parkeerplaats 35 35 35 35 35
Beheerkosten – garagebox 49 49 49 49 49
Splitsingskosten per VHE 676 676 676 676 676
Verkoopkosten per VHE 676 676 676 676 676
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23%
Disconteringsvoet 6,50%-8,00% 6,50%-8,00% 6,50%-8,00% 6,50%-8,00% 6,50%-8,00%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Parameters parkeerplaatsen 2024 2024 2025 2026 2027 2028 e.v.
Instandhoudingsonderhoud – parkeerplaats 68 68 68 68 68
Instandhoudingsonderhoud – garagebox 228 228 228 228 228
Beheerkosten - parkeerplaats 34 34 34 34 34
Beheerkosten – garagebox 46 46 46 46 46
Splitsingskosten per VHE 644 644 644 644 644
Verkoopkosten per VHE 644 644 644 644 644
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23% 0,23% 0,23% 0,23% 0,23%
Disconteringsvoet 7,00%-8,50% 7,00%-8,50% 7,00%-8,50% 7,00%-8,50% 7,00%-8,50%
Overdrachtskosten 11,40% 11,40% 11,40% 11,40% 11,40%
Inschakeling taxateur

Voor de onroerende zaken in exploitatie, die worden gewaardeerd conform de full-versie van het handboek, is een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs, ingeschakeld. Voor het BOG- MOG en ZOG vastgoed, de studenteneenheden en parkeerplaatsen hebben full taxaties en markttechnische updates van de taxatie plaatsgevonden. Voor de studenteneenheden en meergezinswoningen in gedeeld bezit met SSH heeft een update van de taxatie plaatsgevonden. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Bo-Ex en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Wij hebben voor een gedeelte van ons vastgoedbezit verplicht de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht. Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

Ten aanzien van de verschillende vrijheidsgraden is in de basis aangesloten bij de voorgeschreven basis versie van het handboek. Bij enkele vrijheidsgraden is daarbij een aanpassing verricht door de taxateur. Deze aanpassingen zijn per vrijheidsgraad in de volgende tabel toegelicht.

Vrijheidsgraad Omgang in de basisversie Invulling vrijheidsgraad door taxateur          
Schematische vrijheid Separate kasstromen specifiek tonen (Uitpond)beklemmingen zijn conform de opgave van de corporatie meegenomen in de waardering. De wettelijke verkooprestricties zijn verwerkt in Ortec TMS en worden conform de Best Practices 2025 toegepast. Daarnaast is er bij wooncomplexen die (nagenoeg) geheel bestaan uit onzelfstandige eenheden voor gekozen alleen het doorexploiteerscenario te hanteren.      
Markthuur Modelmatige schatting voor woningen Wat betreft wooncomplexen is per wooncomplex op basis van een referentiewoning met een gemiddelde oppervlakte de markthuur bepaald voor eenheden welke geliberaliseerd verhuurd mogen worden. De eenheden welke onzelfstandig zijn, of welke zelfstandig zijn met een WWS-puntenaantal lager dan de liberalisatiegrens hebben een markthuur welke gebaseerd is op de maximaal redelijke huur (MRH). Taxateurs hebben getoetst of deze MRH haalbaar was aan de hand van huurtransacties. Ten aanzien van de BOG complexen is per verhuurbare eenheid de markthuur bepaald.      
Huurstijging Prijsinflatie Wat betreft de markthuurstijging van de wooncomplexen en het ZOG is een boveninflatoire opslag gehanteerd, gelijk aan de Best Practice. Ten aanzien van de BOG en MOG complexen is ten aanzien van de markthuurstijging de prijsinflatiereeks uit het Handboek gehanteerd.      
Exit Yield Automatische berekening De exit yield is mede aan de huur/leegwaardeverhouding en leegwaarderatio van het wooncomplex aan het einde van de beschouwingsperiode ingeschat. Daarnaast is er gerekend met het bruto aanvangsrendement (BAR) op de huurinkomsten in jaar 1 vermeerderd met een verouderingsopslag, waarmee de ingeschatte exit yield is getoetst.      
Leegwaarde Op basis van de WOZ-waarde Per wooncomplex, welke bestaat uit zelfstandige eenheden, zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woning, transactiedatum en afwerking de best bruikbare koopreferenties geselecteerd. De transacties zijn vervolgens geannalyseerd en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de te taxeren woningen. Per wooncomplex is op basis van een referentiewoning met het gemiddelde oppervlakte de leegwaarde bepaald. Uitgegaan is van een eenvoudig en functioneel afwerkingsniveau. Per complex zijn drie tot vijf beste referenties uit het referentiebestand van de taxateur in het referentieblad opgenomen. De referenties zijn op basis van foto’s van de woning en het afwerkingsniveau beoordeeld en waar nodig gecorrigeerd. Daarnaast is gecorrigeerd voor de factor tijd met een marktindex en ook voor het verschil in metrage. Voor onzelfstandige eenheden is geen leegwaarde bepaald, maar wordt het Handboek gehanteerd.      
Leegwaardestijging Conform Handboek De leegwaardestijging is conform de Best Practices 2025 toegepast.      
Disconteringsvoet Modelmatig vastgesteld Voor alle wooncomplexen is door de taxateur een disconteringsvoet bepaald. De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis rekening houdend met de specifieke risico's in de kasstroom van het complex waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt. De disconteringsvoet wordt opgebouwd uit de volgende drie onderdelen: 1. De risicovrije rentevoet. 2. De vastgoedsector specifieke opslag. 3. De opslag voor het object- en marktrisico. De hoogte van de risicovrije rentevoet is overgenomen uit het Handboek. De vastgoed sectorspecifieke opslag is een vastgoedsector gebonden risico-opslag, welke dient ter compensatie voor het extra risico dat wordt gelopen voor het investeren in vastgoed, ten opzichte van de risicovrije rente. De ingeschatte disconteringsvoet wordt getoetst aan marktreferenties. Met name het aanvangsrendement versus de huur/leegwaarde verhouding en de leegwaarderatio van de geanalyseerde marktreferenties zijn van belang. Op basis van de kasstromen, de overige waarderingsparameters wordt getoetst in hoeverre de outputparameters aansluiten op de outputparameters van zo goed mogelijk vergelijkbare referentietransacties. De disconteringsvoet, en als onderdeel hiervan met name de marktcorrectie, is hierbij belangrijk om aansluiting op de markt te krijgen. Ten aanzien van de BOG/MOG/ZOG portefeuille is de disconteringsvoet ten opzichte van de disconteringsvoet conform de basisversie van het Handboek gewijzigd om een juiste output te krijgen dat past bij het marktbeeld behorende bij het type vastgoed.      
Mutatie- en verkoopkans Conform Handboek Door opdrachtgever is de 5-jaars gemiddelde historische mutatiegraad berekend en is dit het uitgangspunt voor jaar 1 en de opvolgende jaren. Er is een ondergrens gehanteerd van 4%, 5% of 6% afhankelijk van het aantal eenheden binnen het waarderingscomplex conform de Best Practices 2025. Ook is een maximale afwijking van 1% ten opzichte van het jaar ervoor gehanteerd, conform de Best Practices 2025.      
Onderhoud Normbedrag per type vastgoed Handboek Voor de woonportefeuille en de BOG/MOG/ZOG/PP complexen is ten aanzien van het instandhoudingsonderhoud de basisversie getoetst op aannemelijkheid en waar nodig overschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van de meest recente versie van de Vastgoed Exploitatiewijzer van Koeter.      
Technische splitsingskosten Standaard: geen Conform de Best Practices 2025 worden enkel de eventuele juridische splitsingskosten meegenomen. Technische splitsingskosten zijn niet meegenomen, omdat deze niet zijn te bepalen door taxateurs op basis van een geveltaxatie.      
Bijzondere omstandigheden Standaard: geen (Uitpond)beklemmingen zijn conform de opgave van de corporatie meegenomen in de waardering.      
Erfpacht Conform erfpacht afspraken Erfpacht is overal eeuwigdurend afgekocht.      
Exploitatiescenario Modelmatig vastgesteld Niet van toepassing          
Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningenbezit gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

      Effect op marktwaarde*
Parameter 2025 Gehanteerd in reële waarde Mogelijke afwijking Bedrag x 1.000.000 %
Huurstijging ieder jaar 3,10%-2,66% -/- 1% -46,4 -2,43%
Huurstijging eerste jaar 3,63% -/- 1% -5,8 -0,30%
Mutatiegraad 6,25% -/- 1% -34,6 -1,82%
Exit yield 4,99% 1% -13,2 -0,69%
Disconteringsvoet 6,48% 1% -277,2 -14,54%
Onderhoud € 2.255 gem. per vhe € 100  -18,8 -0,98%
Woningverkopen (WOZ-waarde) € 318.196 gem. per vhe -/- 10% -49,8 -2,61%
      Effect op marktwaarde*
Parameter 2024 Gehanteerd in reële waarde Mogelijke afwijking Bedrag x 1.000.000 %
Huurstijging ieder jaar 3,7%-2,5% -/- 1% -37,2 -2,25%
Huurstijging eerste jaar 6,60% -/- 1% -4,8 -0,29%
Mutatiegraad 6,48% -/- 1% -34,9 -2,11%
Exit yield 5,18% 1% -11,5 -0,69%
Disconteringsvoet 7,23% 1% -145,2 -8,78%
Onderhoud € 1.832 gem. per vhe € 100  -11,4 -0,69%
Woningverkopen (WOZ-waarde) € 288.743 gem. per vhe -/- 10% -113,4 -6,86%
Validatie van de marktwaarde

Bo-Ex hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen van de vastgoedportefeuille. Dit betekent dat de waardering ten behoeve van de jaarrekening bepaald wordt zonder tussenkomst van een taxateur. Het handboek wordt jaarlijks geactualiseerd. In dit handboek wordt gesteld dat toepassing van de basisversie leidt tot een getrouwe weergave van de marktwaarde in verhuurde staat op portefeuilleniveau, toepassing van de full-versie leidt tot een getrouwe weergave op complexniveau.

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen, dat wil zeggen de waardering gebruikmakend van een externe taxateur op balansdatum van het daaraan voorafgaande boekjaar. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. De validatie eis daarbij is dat voor ten minste 90% van de portefeuilles het verschil tussen de basiswaardering en full waardering beperkt moet blijven tot maximaal + of - 10%.

In de validatie van het handboek 2024 blijft 97% binnen de gestelde bandbreedte tussen basis- en full-waardering, waarmee dit jaar ruim aan de eis wordt voldaan.

Conform voorgaande jaren zijn validatie-effecten als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2025 verwerkt, derhalve zonder aanpassing van de vergelijkende cijfers. De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2025 enerzijds en de validatie-effecten anderzijds.

De inzichten van de validatie 2025 zijn vanzelfsprekend nog niet bekend met betrekking tot de waardering volgens de basisversie naar de stand van 31 december 2025 en dan ook niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Eengezinswoningen 120.257 132.386
Meergezinswoningen 637.867 755.668
Studenteneenheden 55.649 33.944
Bedrijfsmatig onroerend goed 12.999 12.471
Maatschappelijk onroerend goed 7.014 6.813
Zorgvastgoed (intramuraal) 32.799 31.428
Zorgvastgoed (extramuraal) 7.034 13.053
Parkeergelegenheden 9.000 8.909
Totaal 882.619 994.672
     
Marktwaarde in verhuurde staat van DAEB-en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 1.905.756 1.654.238
Maatschappelijke bestemming (van het eigen vermogen) -1.023.137 -659.566
Uitgangspunten beleidswaarde

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen.

Hieronder is de ontwikkeling van de marktwaarde naar beleidswaarde stapsgewijs uiteengezet.
  2025 2024
Stap: € 1.000  In % van de marktwaarde € 1.000  In % van de marktwaarde
Marktwaarde in verhuurde staat 1.905.756   1.654.238  
1.      Beschikbaarheid -23.982 -1,26% -198.009 -11,97%
2.      Betaalbaarheid -604.217 -31,70% -379.721 -22,95%
3.      Kwaliteit -515.486 -27,05% -316.222 -19,12%
4.      Beheer -37.956 -1,99% -95.994 -5,80%
5.      Disconteringsvoet 158.504 8,32% 330.380 19,97%
Beleidswaarde 882.619 46,31% 994.672 60,13%
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
(In euro’s)
  2025 2024
  Daeb Niet-Daeb Daeb Niet-Daeb
Gemiddelde streefhuur per maand voor:        
Eengezinswoningen 882 1.210 860 1.208
Meergezinswoningen 794 1.098 768 1.093
Studenten eenheden 511 0 426 0
Maatschappelijk onroerend goed 1.268 0 1237 0
Zorgvastgoed (extramuraal) 706 0 678 0
         
Norm beheerlasten per jaar per woning 1.434 1.434 1.462 1.462
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning 4.092 4.092 3.262 3.262
Aantal verhuureenheden met EFG label 277 1 316 1
Streefhuur

In het huidige streefhuurbeleid is rekening gehouden met het realiseren van de regels omtrent passend toewijzen. De realisatiegraad van deze toewijzingsregels met het huidige streefhuurbeleid is momenteel 100%. Deze realisatiegraad is gebaseerd op de realisatie van de streefhuur over de afgelopen 2 jaren door Bo-Ex.

Onderhoud
  • De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatie onderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud
  • Toegerekende organisatiekosten

De in de meerjarenonderhoudsbegroting opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting. (MJOB) van Bo-Ex. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 4.

Bo-Ex beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Bo-Ex conditiemetingen. Hiertoe hanteert Bo-Ex een periodieke actualisatie. Eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen.

Bij het opstellen van de MJOB houdt Bo-Ex rekening met actuele prijspeil data gebaseerd op de voorgeschreven economische parameters van het AW/WSW.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 30 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt Bo-Ex rekening met de volgende cycli:
Type Periodiciteit
Schilderwerk 7 jaar
CV-installaties 18 jaar
Dak vervanging 40 jaar
Voegwerk (5%) 7 jaar
Kozijnvervanging 70 jaar
Keukens 19 jaar
Badkamer 40 jaar
Toilet 40 jaar

De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:

  • De onderhoudsnorm is vastgesteld op een horizon van 30 jaar.
  • Sloopcomplexen in eigen beheer zijn opgevoerd qua verwacht onderhoud op basis van het behouden van een minimale conditiescore van 4.
  • Ingrijpende verbouwingen en renovaties zijn aangepast naar een situatie waarbij regulier instandhoudingsonderhoud plaats zou vinden.
  • Nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.
  • Bo-Ex heeft op basis van deze meerjarenonderhoudsbegroting van 30 jaar op complexniveau een generieke onderhoudsnorm voor het bezit op VHE-niveau bepaald. In deze norm zijn alle bovengenoemde cycli op representatieve wijze ingerekend.
EFG labels

Bo-Ex heeft nog 278 eenheden (2024: 317) waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is geen correctie doorgevoerd op de MJOB, aangezien het aantal dusdanig laag is dat opname van de normbedragen vanuit het Handboek modelmatig waarderen niet leidt tot een materieel andere schatting van de beleidswaarde.

Onderhoudsnorm in de beleidswaarde

Verder is het van belang dat de meerjaren onderhoudsbegroting wordt herijkt, met name qua effecten uit de integraliteit van vastgoedsturing en detaillering van de meerjaren onderhoudsbegroting naar onderliggend complexniveau. Dit kan in potentie impact hebben op de beleidswaarde, waarbij Bo-Ex zich committeert om het (jaarlijkse) onderhoudskostenniveau zodanig te bepalen en realiseren dat de vastgoedexploitatie binnen de van toepassing zijnde financiële ratio’s (met name: ICR) blijft in combinatie met een hiervoor benoemde minimale onderhoudsconditie 4. In de huidige begroting 2026 is twee derde van de herijking van de MJOB gerealiseerd. Voor de begroting 2027 verwacht Bo-Ex de volledige herijking te realiseren.

Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde is voor € 4,9 miljoen (2024: 5,1 miljoen) aan uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Dit is verwerkt in de MJOB van Bo-Ex.

Beheerlasten

De beheerlastennorm is gebaseerd op de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026 - 2035.

Sensitiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig.
Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht.

In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:
  Daeb Niet-Daeb
€ 25,- hogere streefhuur 34.387.217 1.124.739
€ 25,- lagere streefhuur -60.726.487 -1.088.549
€ 100,- hogere onderhoudskosten per vhe -33.388.071 -771.515
€ 100,- lagere onderhoudskosten per vhe 33.388.071 771.515
€ 100,- hogere beheerkostennorm -33.388.071 -771.515
€ 100,- lagere beheerkostennorm 33.388.071 771.515
0,5% hogere mutatiegraad 3.570.797 -303.676
0,5% lagere mutatiegraad -2.537.941 144.969
0,5% hogere disconteringsvoet -78.357.164 -5.078.017
0,5% lagere disconteringsvoet 92.192.178 5.910.885
WOZ-informatie

De WOZ-waarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 3.064,97 miljoen (2024: € 2.780,96 miljoen).

Verstrekte zekerheden

Zonder toestemming van het WSW is het ons niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling hebben wij een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

Daeb en niet-daeb vastgoed in exploitatie bestemd voor verkoop

Bo-Ex heeft in de meerjarenbegroting vanuit financieringsbehoefte rekening gehouden met de verkoop van 25 woningen per jaar voor de jaren 2026 tm 2035

3.7.2 Materiële vaste activa

04. Onroerend en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Deze post betreft een bedrijfsgebouw, inventaris, bedrijfsauto’s en automatisering. Het verloop van deze post is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Aanschaffingswaarde 8.915 8.436
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.891 -6.524
Boekwaarde 1 januari 2025 2.024 1.912
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen 1.976 506
Desinvesteringen -453 -27
Afschrijvingen desinvesteringen 437 25
Afschrijvingen -406 -392
Totaal van de mutaties 1.554 112
     
Aanschaffingswaarde 10.438 8.915
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.860 -6.891
Boekwaarde 31 december 2025 3.578 2.024
Afschrijvingen
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
Kantoorpand 33 jaar
Uitbreiding kantoorpand 25 jaar
Bedrijfsauto’s 3-7 jaar
Inventaris 10 jaar
Apparatuur, computers, software 3-5 jaar
Bij de bedrijfsauto's wordt rekening gehouden met een restwaarde.
Actuele waarde

De meest recente WOZ-waarde van het kantoorpand bedraagt € 2,0 miljoen (2024: € 2,0 miljoen).

3.7.3 Financiële vaste activa

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
5. Deelnemingen 110 110
6. Latente belastingvordering(en) 0 1.607
Totaal 110 1.717

05. Deelnemingen

Onder de deelnemingen vallen een drietal entiteiten waar wij een belang in hebben en geen invloed van betekenis. De deelnemingen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs c.q. nominale waarde tenzij er sprake is geweest van bijzondere waardevermindering. In 2025 hebben er geen veranderingen plaatsgevonden in zowel het aandelenbelang als de waarde van deelnemingen; in het verleden heeft er een bijzondere waardevermindering plaatsgevonden op B.V. Woonwagenexploitatie. De waardering van de deelnemingen bestaat uit de volgende waarderingen:
Entiteit Belang Verkrijgingsprijs Huidige waardering
Woningnet NV 1,43% 64.000 64.000
B.V. Woonwagenexploitatie 18% 3.200 0
Wijkontwikkelingsmaatschappij Lombok B.V. 2% .46.000 46.000
Totaal   113.200 110.000

06. Latente belastingvordering(en)

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen is op totaalniveau als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Boekwaarde 1 januari  1.607  304
Mutaties    
Onttrekkingen/toevoegingen 0  1.546 
Vrijval ten gunste van het resultaat -2.115 -243
Totaal mutaties ten gunste (resp. ten laste) van het resultaat -2.115 1.303
Herclassificatie naar Voorziening latente belastingverplichtingen 508 0
Boekwaarde 31 december 0  1.607 
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. De belangrijkste hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht.
Vastgoed in exploitatie

Ten aanzien van het vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Het vastgoed zal in de komende jaren naar verwachting in exploitatie blijven. Bo-Ex heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale behandeling (VSO2) zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling plaatsvinden in de vorm van het fiscaal afwaarderen van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een nihil waardering.

Bij een deel van het vastgoed komt de fiscale waarde boven de fiscale bodemwaarde (zijnde 100% van de WOZ-waarde) uit. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid tot fiscale afschrijvingen op woningen in exploitatie. In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord.

Leningen o/g en u/g

In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente belastingverplichting respectievelijk -vordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.

Renteaftrekbeperking (ATAD)

Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 24,5% van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Voor het saldo niet aftrekbare rente ultimo 2025 is ingeschat dat deze redelijkerwijs niet binnen 10 jaar wordt verrekend. Om deze reden is er geen actieve belastinglatentie opgenomen. Ultimo 2025 bedraagt het saldo niet aftrekbare rente € 81,3 miljoen.

Fiscale onderhoudsvoorziening

In het boekjaar 2023 is in de fiscale jaarrekening met terugwerkende kracht een onderhoudsvoorziening gevormd in 2018 voor een bedrag ad € 14 miljoen. Deze uitgestelde belastingbetaling leidt tot een tijdelijk verschil met een passieve latentie tot gevolg. De latentie loopt af conform de VSO met de belastingdienst.

De gehanteerde netto-disconteringsvoet voor 2025 bedraagt 2,23% (2024: 2,25%). De gemiddelde looptijd van de tot waardering gebrachte latente belastingverplichtingen is 3,08 jaar. Van de voorziening wordt een bedrag van 2,18 miljoen (2024: 2,68 miljoen) naar verwachting binnen één jaar gerealiseerd.

Latente belastingverplichting niet tot waardering gebracht

Voor zover tijdelijke waarderingsverschillen niet in de waardering van de latente belastingvorderingen zijn verwerkt, bedragen deze nominaal 656.832 (2024: 385.290), leidende tot een nominale latentie van 169.629 (2024: 99.405). Het realisatie moment van dit tijdelijk waarderingsverschil ligt in de oneindigheid waardoor deze tenderen naar nihil.

Stand latente belastingvordering tot waardering gebracht
De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:
(In duizenden euro’s)
  Balans Winst-en-verliesrekening
  2025 2024 2025 2024
Latente belastingvordering:        
Afschrijvingscapaciteit 325  780  455 -498
Fiscale onderhoudsvoorziening -3.520 -3.467 53 -19
Waardering geldleningen o/g 2.525  3.065  540 262
Waardering verrekenbare verliezen 0  1.037  1.037 -1.037
Overige verrekenbare tijdelijke verschillen 162  192  30 -11
Totale latente belastingvordering/verplichting -508  1.607  2.115 -1.303
De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen, zijn gebaseerd op de volgende waarderingsverschillen ultimo 2025:
(In duizenden euro’s)
  Jaarrekening Fiscaal Verschil Act/Pas. Latentie
Vastgoed in exploitatie 1.905.756 1.176.018 -729.738 Passief 0
Vastgoed in ontwikkeling incl. voorziening onrendabele investeringen 38.233 29.876 -8.357 Passief 0
Fiscale onderhoudsvoorziening 0 14.006 14.006 Passief -3.520
Afschrijving op vastgoed in exploitatie 0 1.391 1.391 Actief 325
Waarde van geldleningen o/g 489.191 478.213 -10.978 Actief 2.525
Overige tijdelijke verschillen 4.248 3.578 -670 Actief 162
Totaal latente belastingverplichting 2.437.428 1.703.082 -734.346   -508

3.7.4 Voorraden

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
7.     Vastgoed bestemd voor verkoop 646 0
8.     Overige voorraden 31 41
Totaal 677 41

07. Vastgoed bestemd voor verkoop

Het verloop van deze post is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Boekwaarde 1 januari 0 0
Mutaties in het boekjaar:    
Herclassificatie uit daeb en niet-daeb in exploitatie 646 0
Totaal mutaties 646 0
Boekwaarde 31 december 646 0
De voorraad vastgoed bestemd voor verkoop op 31 december 2025 betreft 2 woningen (2024: 0 woningen), die actief worden aangeboden op de koopmarkt. Er waren in het jaarplan geen verkopen opgenomen.

08. Overige voorraden

De overige voorraden betreft de voorraad onderhoudsmaterialen van de Technische Dienst.

3.6.5 Vorderingen

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
9. Huurdebiteuren  648  864
10. Belastingen en premies sociale verzekeringen  1.007  3.191
11. Overige vorderingen  5.144  1.205
12. Overlopende activa  298  470
Totaal  7.097  5.730

09. Huurdebiteuren

De vordering op huurdebiteuren omvat naast de huren ook te vorderen servicekosten, herstelkosten en incassokosten. In de vordering op vertrokken huurders zijn tevens kosten van mutatieonderhoud voor rekening van de huurder begrepen. De post wordt verminderd met de voorziening wegens oninbaarheid. Het saldo kan als volgt worden gespecificeerd:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Achterstand huurdebiteuren 948 1.165
Voorziening wegens oninbaarheid -301 -301
Totaal  647   864 

10. Belastingen en premies sociale verzekeringen

De belastingen en premies sociale verzekeringen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Vennootschapsbelasting  1.007   3.191 
Totaal  1.007   3.191 
De post vennootschapsbelasting betreft de naar verwachting te vorderen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels volgens de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belasting¬tarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten.

11. Overige vorderingen

De overige vorderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Subsidies reeds opgeleverde projecten 3.952 812
SSH, Afrekening exploitatie Max en Uithof 869 287
Overige debiteuren 323 106
Totaal 5.144 1.205

12. Overlopende activa

De overlopende activa kunnen als volgt worden gespecificeerd:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Vooruitbetaalde kosten 198 470
Nog te ontvangen schadevergoedingen 100 0
Totaal 298 470

13. Liquide middelen

Het saldo op de bank staat ter vrije beschikking.
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Banktegoeden  5.019   3.305 
Totaal  5.019   3.305 

3.7.7 Eigen vermogen

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
1. Herwaarderingsreserve 1.281.025 1.034.120
2. Overige reserves -109.225 76.812
3. Resultaat boekjaar 222.262 60.868
Totaal 1.394.062 1.171.800

14. Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  Daeb vastgoed in exploitatie Niet-daeb vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari 2024 922.453 50.979 973.432
Mutatie herwaardering 58.481 2.442 60.923
Gerealiseerde herwaardering door desinvesteringen 0 -235 -235
Herclassificatie 171 -171 0
Stand per 31 december 2024 981.105 53.015 1.034.120
       
Stand per 1 januari 2025 981.105 53.015 1.034.120
Mutatie herwaardering 230.037 16.990 247.027
Gerealiseerde herwaardering door desinvesteringen -122 0 -122
Herclassificatie 37 -37 0
Stand per 31 december 2025 1.211.057 69.968 1.281.025
De herwaarderingsreserve daeb en niet-daeb vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische kosten, inclusief het effect van belastinglatenties. Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het bestuursverslag. Uitgaande van de waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 1.023 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Bo-Ex. Wij hebben beperkte mogelijkheden om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het daeb bezit in exploitatie te realiseren door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (daeb) huurwoningen. Vanwege onze doelstelling om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

15. Overige reserves

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Stand 1 januari 76.812 250.490
     
Resultaat voorgaand boekjaar 60.868 -112.990
Mutatie herwaarderingsreserve -247.027 -60.923
Gerealiseerde herwaardering door desinvesteringen 122 235
Stand 31 december -109.225 76.812
Voorstel resultaatbestemming

Het bestuur stelt aan de raad van commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2025 ad € -222.262.000 als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2025 ad € -24.765.000 ten laste van de overige reserves te brengen.
  • Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 247.027.000 is reeds ten gunste van de herwaarderingsreserve gebracht.

De resultaatbestemming is nog niet in de jaarrekening verwerkt met uitzondering van het niet-gerealiseerde resultaat ten laste van de herwaarderingsreserve.

3.7.8 Voorzieningen

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
17. Voorziening onrendabele investeringen 34.658 3.747
18. Voorziening latente belastingverplichtingen 508 0
19. Overige voorzieningen 310 326
Totaal 35.476 4.073

17. Voorziening onrendabele investeringen

Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  Daeb vastgoed Niet-daeb vastgoed Totaal
Stand per 1 januari 2025 3.747   3.747
Toevoegingen (overige waardeveranderingen)  38.007  0 38.007
Vrijval (overige waardeveranderingen) 0 0 0
Onttrekkingen -7.096 0 -7.096
Stand per 31 december 2025 34.658 0 34.658
looptijd < 1 jaar 20.853    
looptijd 1 - < 5 jaar 13.806    

18. Voorziening latente belastingverplichtingen

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingverplichting is op totaalniveau als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Boekwaarde 1 januari 0 0
Dotaties ten laste van het resultaat    
- Dotatie 0 0
- Vrijval ten gunste van het resultaat 0 0
Totaal dotaties 0 0
     
- Herclassificatie vanuit latente belastingvordering(en) 508 0
     
Boekwaarde 31 januari 508 0
Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar 6. Latente belastingvordering

19.   Overige voorzieningen

De overige voorzieningen betreft een reservering voor jubileumuitkeringen. Het verloop van deze voorziening is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Stand 1 januari 326 334
Dotatie 59 51
Onttrekking 0 -1
Vrijval -75 -58
Stand 31 december 310 326
looptijd < 1 jaar 15 10
looptijd 1-5 jaar 43 76
looptijd > 5 jaar 252 240

3.7.9 Langlopende schulden

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
20.   Schulden/leningen kredietinstellingen  489.191  461.298
21.   Overige schulden  98  111
Totaal 489.289 461.409
In 2021 heeft er een leningruil plaats gevonden met Stichting Vestia in het kader van de sector brede structurele oplossing voor de volkshuisvestelijke en financiële problematiek van Stichting Vestia. Die bijdrage bestaat uit het aantrekken van een nieuwe door WSW geborgde geldlening en het vervolgens ruilen van deze lening voor een eveneens door WSW geborgde geldlening van Stichting Vestia met gelijke hoofdsom maar met een hoger rentepercentage 4,86 %). Het nominale bedrag van deze geldlening bedraagt € 2.984.698 met een looptijd van veertig jaar. Aangezien deze leningruil een volkshuisvestelijk motief heeft, is er sprake van een lening die niet via een (financieel) zakelijke transactie wordt aangetrokken en bijgevolg op niet-marktconforme voorwaarden wordt aangegaan. Deze lening dient tegen reële waarde (marktwaarde) in de balans te worden opgenomen. Het verschil met de nominale af te lossen waarde is agio. Dit agio vormt een eenmalige jaarlast in de winst-en-verliesrekening over 2021 en heeft daarin het karakter van een volkshuisvestelijke sectorbijdrage. De volkshuisvestelijke bijdrage wordt als agio in de balans opgenomen onder de langlopende schulden en valt in de volgende veertig jaar vrij in de winst en verliesrekening via de methode van de effectieve rente. De vrijval wordt verantwoord onder interest baten.
De onderverdeling naar resterende looptijd is als volgt schematisch weer te geven:
(In duizenden euro’s)
        2025
  Rente > 5 jaar > 1 jaar Totaal
Schulden/leningen kredietinstellingen 3,10% 392.485 92.596 485.081
Schulden/leningen kredietinstellingen (Agio Vestia) 4,90% 3.678 432 4.110
Overige schulden 0% 98 0 98
    396.261 93.028 489.289

20. Schulden/leningen kredietinstellingen

Het verloop van de schulden/leningen aan kredietinstellingen is als volgt:
In duizenden euro’s
  2025 2024
Stand 1 januari 461.298 445.404
Nieuwe leningen  40.000   32.000 
Opnames/aflossingen roll-over  7.000  0
Naar kortlopende schulden (< 1 jaar) -19.107 -16.106
Stand 31 december 489.191 461.298
Zekerheden

Van de leningen kredietinstellingen is € 485,1 miljoen (2024 € 457,1 miljoen) geborgd door het WSW. Voor de door het WSW geborgde leningen hebben wij ons verbonden het onderliggend onroerend goed in exploitatie met een boekwaarde van € 1.906 miljoen niet zonder toestemming te bezwaren, van bestemming te veranderen, te vervreemden of teniet doen gaan.

Aflossingssysteem

De leningen worden afgelost op basis van het fixe en variabele hoofdsom lening-systeem.

Reële waarde

De reële waarde van de langlopende schulden/leningen van kredietinstellingen bedraagt per 31 december 2025 € 513.451.000 (2024: € 513.473.607).

21. Overige schulden

De overige schulden betreft ontvangen waarborgsommen. Het verloop van deze verplichting is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Stand 1 januari 111 103
Ontvangen waarborgsommen 1 12
Terugbetaalde waarborgsommen -14 -4
Stand 31 december 98 111

3.7.10 Kortlopende schulden

(In duizenden euro’s)
  2025 2024
22.   Schulden aan leveranciers  5.778  3.775
24.   Schulden aan kredietinstellingen  19.107  16.106
25.   Schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen  2.802  2.300
26.   Overlopende passiva  13.956  12.162
Totaal 41.643 34.343

24. Schulden aan kredietinstellingen

Het verloop van de schulden aan kredietinstellingen is als volgt:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Stand 1 januari 16.106 105
Nieuwe leningen 0 0
Aflossingen -16.106 -105
Van langlopende schulden (< 1 jaar)  19.000  16.000
Vrijval agio (amortisatie Vestia lening) 107 106
Stand 31 december 19.107 16.106

25. Schulden terzake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

De belastingen en premies sociale verzekeringen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
(In duizenden euro’s)
  2025 2024
Omzetbelasting  2.291  1.961
Premies sociale verzekeringen  137  118
Loonheffing  269  221
Pensioenen 105 0
Totaal 2.802 2.300

26. Overlopende passiva

De overlopende passiva kunnen als volgt worden gespecificeerd:
In duizenden euro’s
  2025 2024
Niet vervallen rente op geldleningen  7.225  6.840
Nog te ontvangen facturen  2.751  2.859
Vooruit ontvangen huren  593  555
Vakantiedagen  304  314
Te verrekenen stook- en servicekosten  726  412
Overige  2.357  1.182
Totaal 13.956 12.162

3.7.11 Financiële instrumenten

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico’s

De primaire financiële instrumenten van Bo-Ex, anders dan derivaten, dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Bo-Ex is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico’s zoals rente- en liquiditeitsrisico’s. Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van de groep zijn, het rente- en kasstroomrisico en overig prijsrisico, het kredietrisico en het liquiditeitsrisico. Het beleid van Bo-Ex om deze risico’s te beperken is als volgt:

Kredietrisico

Dit betreft het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen jegens Bo-Ex kunnen voldoen. Verder wordt hieronder vermeld het risico van oninbaarheid bij huurdebiteuren. Wij handelen alleen met kredietwaardige partijen en wij hebben procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Er zijn geen significante concentraties van kredietrisico binnen de corporatie. Voor Bo-Ex is het risico inzake huurdebiteuren relatief hoog. Hiervoor is een voorziening getroffen.

Liquiditeitsrisico

Dit betreft het risico dat Bo-Ex over onvoldoende middelen beschikt om aan haar directe verplichtingen te kunnen voldoen. De roll-over lening biedt voldoende ruimte om het liquiditeitsrisico te kunnen mitigeren. Voor investeringen worden alleen verplichtingen aangegaan indien zeker is dat hiervoor voldoende financiering beschikbaar is. Het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument in omvang fluctueren is minimaal, aangezien de langlopende vorderingen en schulden vastrentend zijn.

Valutarisico

Bo-Ex loopt geen valutarisico. Wij zijn alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro’s zijn.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico’s)

Bo-Ex loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen lopen wij het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. prijsrisico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Voor schulden met variabele renteafspraken loopt Bo-Ex risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. kasstroomrisico).

Renteprijsrisico’s leningen kredietinstellingen
Ter beoordeling van het prijsrisico dat Bo-Ex loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden. Ultimo 2025 zijn er geen leningen met een contractuele renteherzieningsdatum:
(In duizenden euro’s)
Jaar Vast rentende leningen Variabel rentende leningen Totaal
2025 497.298 11.000 508.298
2024 473.404 4.000 477.404
Bo-Ex heeft 34 vastrentende leningen. De effectieve rentevoet van de leningen van kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 3,0%.
2025 Renteklassen (vastrentende leningen)  
Restant looptijd Tot 3% 3 – 4% 4 – 5% 5 – 6% Totaal
< 1 jaar 8.000 0 107 0 8.107
1 – 5 jaar 14.000 33.596 20.107 25.000 92.703
6 – 10 jaar 18.000 130.000 108 0 148.108
11 – 15 jaar 39.000 10.000 30.108 0 79.108
16 – 20 jaar 8.000 30.000 109 0 38.109
> 20 jaar 62.000 62.500 6.663 0 131.163
Totaal 149.000 266.096 57.202 25.000 497.298
2024 Renteklassen (vastrentende leningen)  
Restant looptijd Tot 3% 3 – 4% 4 – 5% 5 – 6% Totaal
< 1 jaar 16.000 0 106 0 16.106
1 – 5 jaar 22.000 33.596 20.430 25.000 101.026
6 – 10 jaar 10.000 115.000 550 0 125.550
11 – 15 jaar 32.000 25.000 30.565 0 87.565
16 – 20 jaar 23.000 15.000 580 0 38.580
> 20 jaar 62.000 37.500 5.077 0 104.577
Totaal 165.000 226.096 57.308 25.000 473.404
Rentekasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen
De contractuele renteherzieningsdata of aflossingsdata indien laatstgenoemde eerder liggen en de effectieve rentevoet van de zowel in de balans als niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep waarover rentekasstroomrisico wordt gelopen, luiden als volgt:
2025 Renteklassen (variabel rentende leningen)  
Restant looptijd Tot 3% 3 – 4% 4 – 5% 5 – 6% Totaal
< 1 jaar 11.000 0 0 0 11.000 
1 – 5 jaar 0 0 0 0 0
6 – 10 jaar 0 0 0 0 0
Totaal 11.000 0 0 0 11.000
2024 Renteklassen (variabel rentende leningen)  
Restant looptijd Tot 3% 3 – 4% 4 – 5% 5 – 6% Totaal
< 1 jaar 0 0 0 0 0
1 – 5 jaar 4.000 0 0 0 4.000
6 – 10 jaar 0 0 0 0 0
Totaal 4.000 0 0 0 4.000
Bo-Ex heeft twee roll-over leningen van in totaal € 20 miljoen (2 x € 10 miljoen). Van beide leningen is het verplicht € 2 miljoen op te nemen en het overige is variabel opneembaar. Van de € 20 miljoen is per 31-12-2025 € 11 miljoen opgenomen. Wanneer er na 31-12-2025 een financieringsbehoefte ontstaat, is er nog € 9 miljoen beschikbaar om op te nemen. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt begin 2026 herzien. De andere financiële instrumenten van Bo-Ex zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.
Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen
Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de jaarlijkse bedragen betreffende de contractueel bepaalde kasstromen uit hoofde van de jaaraflossingen, de eindaflossingen en de renteconversies:
(In duizenden euro’s)
Jaar Jaar aflossingen Eind aflossingen Rente conversies
2026  107   8.000   11.000 
2027  107   14.000 
2028  108 
2029  108   49.096 
2030  109   29.500 
2031  109   10.000 
2032 en verder  3.569   382.485 
De looptijd van de leningenportefeuille kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 14,3 jaar (2024: 14,4 jaar).

Hierna worden de renterisico’s van de leningenportefeuille per lening soort toegelicht:

  • De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzienings-moment. Het risico van deze leningen betreft:
    o Op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente
    o De herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
  • De rente van de variabel rentende leningen (roll-over leningen) is gebaseerd op 1-maands Euribor en een liquiditeitsopslag van 0,27% (2024: 0,27%).

Marktrisico

Het marktrisico wordt beheerst door spreiding aan te brengen in de geldgevers ter zake de leningenportefeuille, beleggingen, spaargelden en andere liquiditeiten.

Reële waarde

Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen loopt Bo-Ex het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarde risico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten. De reële waarde van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van Bo-Ex luidt als volgt:
(In duizenden euro’s)
  Boekwaarde Reële waarde
  2025 2024 2025 2024
Financiële activa        
Vlottende activa (vorderingen) 7.097 5.730 7.097 5.730
Liquide middelen 5.019 3.305 5.019 3.305
Totaal 12.116 9.035 12.116 9.035
         
Financiële passiva        
Langlopende schulden 489.289 461.409 513.549 513.585
Kortlopende schulden 41.643 34.343 41.643 34.343
Totaal 530.932 495.752 555.192 547.928

De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten:

  • Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden
    ∙ Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.
  • Langlopende schulden
    ∙ De reële waarde van de langlopende schulden (leningen) is bepaald op basis van het WSW overzicht.
  • De totale marktwaarde van de leningen bedraagt € 513.451.000 (2024: € 513.473.607), conform opgave WSW.

3.7.12 Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting

Leningen van toegelaten instellingen, die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Corporaties zijn daar tegenover verplicht tot een jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een ‘gecommitteerd obligo’. Het gecommitteerd obligo wordt zeker gesteld door middel van een door deelnemers af te sluiten obligolening. De obligoheffing kan jaarlijks worden geïnd en bedraagt maximaal 0,34% van het geborgd volume aan leningen ultimo het voorgaande kalenderjaar. Voor boekjaar 2025 bedroeg dit percentage 0,0269% (2024: 0,0297%) resulterend in een obligoheffing van € 131.563 (2024: 135.752) voor Bo-Ex.

Daarnaast zijn corporaties verplicht een obligolening af te sluiten. Dit is een lening met een variabele hoofdsom waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betalen corporaties over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding aan de geldgever. Deze obligolening is een door WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de woningcorporatie aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van WSW. Jaarlijks stelt WSW de omvang van dit gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Met deze obligoregeling staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2025 heeft Bo-Ex een aangegane obligolening van € 12,7 miljoen (2024: 11,3 miljoen) waarop niet is getrokken. Op deze obligolening kan worden getrokken indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.

Bijdrageheffing Autoriteit woningcorporaties

De woningwet 2015 heeft bepaald dat de toegelaten instellingen betalen voor de kosten van de AW. De AW int daarvoor jaarlijks bij de corporaties een bijdrageheffing. De wettelijke grondslag voor deze bijdrageheffing is artikel 61c van de Woningwet. In 2025 was dit bedrag € 65.083 (2024: € 56.075).

Loopbaanontwikkeling

Op grond van de bepalingen in de CAO-Woondiensten zijn voor de medewerkers rechten opgebouwd voor een individueel loopbaanontwikkelingsbudget. Per 31 december 2025 bedragen deze rechten € 228.918 (2024: € 267.760). Deze verplichting is voorwaardelijk: zij wordt opeisbaar indien wordt voldaan aan deze bepalingen. De in het kader van deze bepalingen betaalde bedragen worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. In 2025 zijn deze uitgaven € 1.473 (2024: €20.159)

Niet verwerkte activa en verplichtingen

Juridische claims

Tegen Bo-Ex zijn diverse claims ingediend die door haar worden betwist. Hoewel de afloop van deze geschillen niet met zekerheid kan worden voorspeld, wordt – mede op grond van ingewonnen juridisch advies – aangenomen dat deze geen nadelige invloed van betekenis zal hebben op de financiële positie.

Niet verwerkte activa en verplichtingen

Huurverplichtingen

Bo-Ex huurt kopieerapparaten van Canon. De kosten hiervan bedragen op jaarbasis € 10.674 (2024: € 10.674). De restant looptijd van deze verplichting bedraagt maximaal een jaar.

Investeringsverplichtingen

Er is sprake van niet in de balans opgenomen investeringsverplichtingen voor nieuwbouw van woningen voor een totaalbedrag van € 39,00 miljoen (2024: € 22,56 miljoen), zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Eventueel uit de contracten voorvloeiende verliezen als gevolg van onrendabele investeringen zijn voorzien in de jaarrekening.

Onderhoudsverplichtingen

Bo-Ex is per 31 december 2025 voor een bedrag van € 29,50 miljoen onderhouds- en renovatieverplichtingen aangegaan (2024: 6,28 miljoen), waarvan de werkzaamheden in 2026 zullen worden uitgevoerd.